Het gaat niet goed met ‘onze jongens’. Niet in het onderwijs en niet in de maatschappij. De schoolprestaties van meisjes zijn op bijna alle niveaus in het onderwijs gemiddeld beter dan die van jongens.[i] Jongens zijn oververtegenwoordigd in het speciaal onderwijs. Gedragsproblemen? Jongens scoren significant hoger in de statistieken dan meisjes. Jongens worden dan ook eerder als lastig en moeilijk ervaren, zowel in het onderwijs als in de maatschappij.
Nu is het niet zo dat vrouwen het overál beter doen in de maatschappij. Zo krijgen vrouwen in Nederland voor hetzelfde werk bij een deel van de organisaties nog steeds minder betaald dan mannen en is het percentage vrouwelijke bestuurders bij beursondernemingen slechts 16 procent.[ii] Maar er is wel degelijk iets veranderd in onze maatschappij als het gaat om de positie van de vrouw. Die is een stuk gelijkwaardiger geworden vergeleken met een halve eeuw geleden.
Het lijkt erop dat met de verbetering van de positie van de vrouw, de problemen voor jongens zijn toegenomen. Daarbij lijkt het alsof jongens tegenover meisjes staan, maar dat is ongenuanceerd zwart-wit denken. Onder andere de neurologie leert ons dat je niet een ‘jongen’ of ‘meisje’ bent, maar dat ieder persoon een uniek palet van meer of minder mannelijke en vrouwelijke elementen heeft. Er zijn allerlei gradaties.[iii]
Pietje Bell zou nu behandeld worden
Daarnaast zijn we in mijn optiek doorgeslagen in het stellen van allerlei diagnoses bij jongens. Zo verzet hoogleraar orthopedagogiek Laura Batstra zich tegen het beeld van ADHD als een hersenziekte. Ze waarschuwt dat we dan de werkelijk oorzakelijke factoren over het hoofd zien. Volgens haar moeten we kijken naar onszelf en de samenleving die we met elkaar creëren.[iv]
Historica Angela Crott (2013) schrijft over Pietje Bell en ADHD:
Pietje Bell zou nu met ADHD gediagnosticeerd zijn. Iedereen zou aanraden hem te behandelen, om zo te voorkomen dat hij antisociaal of zelfs delinquent gedrag zou gaan ontwikkelen.
Wetenschapper en specialist genderongelijkheid Richard Reeves (2024) zegt dat in de Verenigde Staten te veel jongens gediagnosticeerd worden met een ontwikkelingsstoornis en dat je je daarbij kunt afvragen of er niet iets mis is met onze samenleving en scholen: ‘When one in four of our boys has a developmental disability, it seems clear to me that it is the system which is disabling rather than the boys who are disabled.’[v]
We moeten niet bezig zijn met wat een individuele jongen (nodig) heeft, maar kijken wat wij kunnen doen in de omgeving van de jongen zodat hij zich goed kan ontwikkelen.
Ontkennen dat er verschillen zijn tussen jongens en meiden heeft daarbij geen zin. Of die verschillen nu voortkomen uit de biologie (nature) of uit hoe de kinderen opgroeien (nurture): de verschillen zijn er en wij hebben er in het onderwijs en opvoeding mee te dealen. In het boek De jongenscode – Zó geef je les aan jongens! (3e, herziene druk, 2025) beschrijf ik hoe dat kan.
Oorlog tegen jongens
De discussie over het jongensprobleem is de laatste jaren flink losgebarsten. Het debat is regelmatig zeer verhit.
Volgens sommige auteurs zouden feministes een ware oorlog voeren tegen jongens: een gecoördineerde actie om jongens kapot te maken. Met stijgende verbazing heb ik boeken gelezen als The war against boys: How misguided feminism is harming our young men van Christina Sommers (2001). Complotdenkers die ontkennen dat meiden stelselmatig zijn achtergesteld in het verleden.
Aan de andere kant trof ik mensen die de verschillen tussen jongens en meiden gewoonweg ontkennen. Volgens hen bestaan er geen verschillen … en als ze er al zijn, dan komen deze voort uit de opvoeding die stereotypes bevestigt en niet genderneutraal is.
Als onderwijsman kan ik weinig met deze beide extremen. We hebben in het onderwijs een probleem met jongens. Dat wordt dagelijks op vele scholen ervaren. Ze zijn onrustig, bewegen veel, hebben veel energie, zijn luidruchtig. Het onderwijs is gebaat bij een aanpak die ervoor zorgt dat jongens weer plezier krijgen in onderwijs. Want dat is de laatste decennia bij jongens flink afgenomen. Historica Angela Crott heeft onderzoek gedaan naar 100 jaar opvoedingsliteratuur over jongens. Zij ontdekte dat de laatste vorm van onderwijs waar jongens echt gelukkig waren de Ambachtsschool was.[vi]
De jongenscode
Als professionals in het onderwijs moeten wij de code van de jongens weer leren. Wat is de biologie van de jongen? Niet reageren op het gedrag, maar op de biologie achter het gedrag. Tijdens een coachingstraject in het speciaal onderwijs liet ik de leerkracht zien waar de bewegingsdrang bij de jongens vandaan kwam (hij had 11 jongens en 2 meisjes in zijn groep). Naar aanleiding van dit nieuwe inzicht heeft hij zich er verder in verdiept. Tijdens de observatie een week later merkte ik dat het heel rustig was in de groep en dat de leerkracht anders reageerde op de bewegingsdrang van de jongens. Ik vroeg hem ernaar. Hij vertelde dat hij nu wist waar die bewegingsdrang vandaan kwam en wat de jongens nodig hadden. Ook zei hij: ‘Ik zie nu dat de problemen en de onrust in de groep niet zijn ontstaan door de jongens, maar door mijn verkeerde reactie op hun gedrag.’
Om als professional de code van de jongens goed te begrijpen, is het niet alleen nodig om hun biologie te onderkennen. Ook het historische perspectief van de veranderende rol van de jongen en de man in de maatschappij is hierbij belangrijk. Daarbij horen ook de veranderingen in de manier waarop we opvoeden. De democratische opvoedstijl lijkt de jongens geen goed gedaan te hebben, evenmin als de veranderingen in het onderwijs, dat – zeker in het basisonderwijs – sterk vervrouwelijkt is. Het meidenbrein is duidelijk in het voordeel met de meer vrouwelijke aanpak in het onderwijs: hoogleraar Neuropsychologie Jelle Jolles geeft aan dat zaken als samenwerken, discussiëren en presenteren beter aansluiten bij het talige, meer sociale meidenbrein dan bij het motorische en visueel-ruimtelijk georiënteerde jongensbrein.[vii]
Apart jongensonderwijs?
Is het dan beter om jongens les te laten hebben in aparte jongensscholen? Sommigen, zoals Angela Crott[viii] en jongensdeskundige William Pollack,[ix] pleiten hier wel voor. Het zou jongens meer de ruimte geven en ze zouden hun gedrag niet aanpassen aan meiden. Anderen, zoals Jelle Jolles, geven juist aan dat het goed is als de twee seksen samen optrekken in het onderwijs. Ik denk zelf dat dit laatste ook beter is, omdat ‘de’ jongen en ‘het’ meisje niet bestaan. Hoe bepaal je dan wie in welke school hoort?
Zó geef je les aan jongens!
Wat volgens mij wel zoden aan de dijk zet, is als we het onderwijs meer jongensvriendelijk maken, meer geschikt voor jongens. Ik heb zestien manieren ontwikkeld om het onderwijs beter af te stemmen op jongens. Deze zijn in de praktijk uitgeprobeerd en zijn wetenschappelijk onderbouwd. Van het omgaan met een tragere taalontwikkeling tot het anders beoordelen. Van het gebruikmaken van competitie in je onderwijs tot het bieden van meer structuur en duidelijkheid. Van het begrenzen van gedrag tot het altijd weer kunnen beginnen met een schone lei. Van het goed inzetten van humor tot het gebruikmaken van activerende werkvormen. Van het visualiseren van lesstof tot het meer ruimte geven aan fysiek gedrag. Dit alles levert een bijdrage aan het meer geschikt maken van het onderwijs voor jongens.
Zoals voor alles in het onderwijs geldt, geldt ook hier dat de mate waarin en de manier waarop dit aanbod voor jongens ingezet wordt, afhankelijk is van de context en de situatie. Dit is de kern van goed onderwijs: onderwijs is niet alleen de wetenschap van het onderwijs, maar ook de kunst van het weten wanneer je wat hoe inzet.[x] Dat is de essentiële rol van de onderwijsprofessional. De leraar dus.
Trots!
In de maatschappij zijn problemen met jongens en mannen niet van de lucht. Uitgaansrellen? Voetbalrellen? Als je goed kijkt zijn het steeds jongens en jonge mannen die aan het rellen zijn. Zij zijn uit op sensatie, trekken op in groepen en kunnen zichzelf niet beheersen. Mannen zijn veruit in de meerderheid als het gaat om agressief gedrag en het plegen van geweld. Een deel van de mannen en jongens heeft slecht of niet geleerd zichzelf te controleren en gaat met agressie over grenzen. Jongere mannen (onder de 45 jaar) keuren vaker fysiek en seksueel geweld tegen vrouwen goed. Deze mannen verspreiden vaker schadelijke ideeën over vrouwen. Zo denkt ruim een kwart van hen dat vrouwen regelmatig liegen over seksueel geweld of de ernst ervan overdrijven. Ook zijn jonge mannen eerder geneigd bij geweld niet de dader maar het slachtoffer verantwoordelijk te houden.[xi]
Het is belangrijk dat we in onderwijs en opvoeding jongens leren zichzelf te controleren en zichzelf te leren kennen. Een mooi voorbeeld hiervan is The Mancave in Australië, een non-profit organisatie waar preventief aan de mentale gezondheid van tiener jongens wordt gewerkt. Ze betrekken daarbij ook de omgeving: ouders, broers, zussen, school, vrienden.[xii]
Jongens zoeken naar een (mannelijke) identiteit, naar iets om trots op te zijn, ze willen een held zijn, iets presteren. Als ze in opvoeding en onderwijs die identiteit en trots niet vinden, zoeken en vinden ze die bij foute influencers.
In ons onderwijs is het belangrijk dat we het leren door doen weer een volwaardige plek geven, dat jongens een vak leren waarbij ze iets maken waarop ze trots kunnen zijn. En als mannen in de maatschappij, met name vaders, andere opvoeders en onderwijs- en opvangprofessionals, moeten we een positief rolmodel zijn voor onze jongens.
Ook moet er weer ruimte komen voor stoeien en risicovol spel. Beiden hebben een belangrijke rol in het gezond opgroeien van jongens.
Met plezier naar school
Alle kinderen verdienen het om met plezier naar school te gaan. Ook jongens. Als we als onderwijsprofessionals de jongenscode goed leren verstaan, begrijpen we beter wat zij nodig hebben en wat goed onderwijs aan jongens inhoudt. De stap van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam is daarbij het belangrijkst. Het moeilijkst is echter de stap van bewust onbekwaam naar bewust bekwaam. Dan moet je als onderwijsprofessional je eigen gedrag aanpassen. Het is goed om zowel mannelijke als vrouwelijke strategieën te leren hanteren.[xiii]
Laten we het onderwijs voor jongens weer interessant en uitdagend maken. Laten we de jongenscode weer begrijpen en weer goed les gaan geven aan jongens!
René van Engelen
Meer lezen? Lees de derde, herziende druk van 'De jongenscode - Zó geef je les aan jongens'. Bestel hier het boek via uitgeverij PICA.
Dit essay is verschenen in de derde druk van 'De jongenscode - Zó geef je les aan jongens' en is een bewerking van het essay uit 2019 dat is verschenen onder de titel 'De jongenscode'.
[i] OECD, 2023. Gender, education and skills: The persistence of gender gaps in education and skills.
[ii] SER, 2024. Female Board Index 2024: Flinke stijging in percentage nieuwe benoemingen vrouwelijke bestuurders.
[iii] Swaab, 2017. Ons creatieve brein. Hoe mens en wereld elkaar maken (5e druk).
[iv] Batstra, 2022. ADHD: Macht en misverstanden.
[v] Reeves, 2024. How to solve the education crisis for boys and men | Richard Reeves | TED [TEDEx Talk]
[vi] Crott, 2013. Jongens zijn ‘t: Van Pietje Bell tot probleemgeval.
[vii] Jolles, 2013. Het lerende kind, zijn brein, omgeving en ontplooiing. In Jongens & Meisjes. Zoek de verschillen?!
[viii] Crott, 2013.
[ix] Pollack, 1999. Echte jongens: Emotionele ontwikkeling van jongens
[x] Marzano, 2014. Wat werkt op school: Research in actie
[xi] European Institute for Gender Equality, 2025. Gender Equality Index 2024 – Tackling violence against women, tackling gender inequalities.
[xii] Mancave, 2025. themancave.life
[xiii] Delfos, 2018. De schoonheid van het verschil: Waarom mannen en vrouwen verschillend én hetzelfde zijn (6e druk).